In gesprek met Robin van Soolingen, spreker op TEDxYouth@Utrecht

Talent Stage
21 december 2016
Ieder talent moet benut worden
11 januari 2017
Show all

16-12-2016 – Interview Robin van Soolingen, door Robbert van Kortenhof

Talent is een geschenk en iets wat je bijna verplicht bent om te ontwikkelen. Althans, als het aan Robin van Soolingen ligt. Begonnen als judoka, snel overgestapt op karate en vervolgens zich omhoog gevochten tot wereldkampioen. Anno 2016 is hij bezig met het helpen van zowel jongeren als mensen uit het bedrijfsleven door middel van de vechtsport. Daarnaast is Robin een man van idealen en van doen, maar ook een man van het helpen en optimaal willen presteren. “Perfectie bestaat niet, maar er naar willen streven is net zo belangrijk. Dat proces naar beter, maar niet per se naar meer, dat is iets wat ik uit de sport heb. Stilstaan om uit te rusten is goed, maar nooit omdat je denkt ‘ik ben er’”.

Op jonge leeftijd begonnen met judo, vervolgens de overstap gemaakt naar karate. Beide krachtige sporten, gericht op het individu en daardoor beduidend anders dan populaire teamsporten als hockey en voetbal. “Ik was als kind een redelijk onzeker ventje, en kom uit een familie waar al mijn neven en ooms vechters zijn. Daardoor was het logisch om zelf ook te beginnen met een vechtsport. Mede omdat ik het lastig vond om voor mezelf op te komen. Judo was dan een logische sport; vrij speels, in het begin erg laagdrempelig en daardoor niet heel spannend.” De vechtsport is dus een familietrekje, onder andere door een stamboom waar minder goede sociale omstandigheden geen uitzondering zijn. “De achtergrond van mijn familie is dat er veel arbeiders waren die met de boot over zijn gekomen en zo vaak in achterbuurten terecht kwamen. Daar was vechten een dagelijks iets. Dat heb ik zelf niet gehad, maar dat kom je wel snel in mijn familie tegen.”

Gaan sporten is één ding, wereldkampioen worden is een tweede. Begonnen met karate op zijn achtste, wedstrijden op zijn veertiende en deel van het nationale team toen hij zeventien was. Op zijn twintigste is hij begonnen met thaiboksen. Die overstap naar thaiboksen lag onder andere door het voetenwerk van beide sporten niet geheel buiten de lijn der verwachting, maar kent zijn oorsprong in het straatwerk. “Karate ging heel goed, maar toen ik op straat ging werken met kinderen, jongeren, maar ook voetbalhooligans, voldeed karate niet. Het is best wel tof, maar de hardheid van de straat is een hele andere wereld dan die je tegenkomt bij karate. Thaiboksen is een hardere sport, wat passender. Ik vond van mezelf dat ik moest leren confrontaties aan te gaan en die overstap paste daar voor mij heel goed bij.”

Maar waarom stoppen als je de allerbeste ter wereld bent? “In je eentje de beste zijn, is een eenzaam bestaan. Ik geloof dat de mens is gemaakt om te verbinden, maar ik gebruikte mijn talent voor de sport alleen maar voor mijzelf. Als ik het dan kan gebruiken om een ander vooruit te helpen, dat levert mij veel meer voldoening op, veel meer zingeving.” De overgang van vechten naar het helpen van jongeren heeft wat uitleg nodig. Van een individualistische, harde sport naar het met iemand samenwerken om in plaats van diegene te verslaan, te helpen. “Mijn eerste karate- en thaiboks-leraar bij stichting Chu Shin is altijd bezig geweest met het helpen van jongeren in agressie en weerbaarheid, waar ik stap voor stap in meegegroeid ben.”

Dat maakt het contrast tussen beide, een vechtsport en het helpen van een kwetsbare groep, niet kleiner. “In eerste instantie stonden die twee wereld inderdaad geheel los van elkaar. Eerst wilde ik altijd de beste zijn, en dat in mijn eentje. Vechtsport gaat over ‘jij en perfectie’, niet zoals hockey een teamsport is. Ik werd ook getraind als éénmanswinnaar. In de sport werkt zoiets héél goed, maar ik liep daar bij het helpen van mensen helemaal stuk op. Op het moment dat ik onder druk kwam te staan, ging ik compleet mijn eigen gang. Geen sturing, weinig samenwerking; ik deed wat ik dacht dat goed was. Dan ging ik door tot ik of had gewonnen, of onderuit ging. Dat laatste gebeurde mij dus. De druk uit het werkveld van dienstverlening en het niet kunnen aanpassen, heeft er ook voor gezorgd dat ik een half jaar thuis zat met een burn-out. Dat biedt perspectief: in plaats van te denken dat ik alles kan, durf ik nu ook te rusten, te luisteren en samen te werken. Ik heb geleerd dat ik 99,9% van de keren iets niet beter weet dan degene die voor mij staat.”

Leren als vechter in een helpende sector is een ambitieus doel. Dat rest de vraag hoe je eigenlijk een vechtsport gebruikt om iemand te kunnen helpen. “Je kan twee dingen uit elkaar halen; ik help jongeren in agressiviteitsbeheersing en weerbaarheid. Daarnaast ben ik veel trainingen gaan geven in het bedrijfsleven; van Heineken tot Tony Chocolonely, van trainees tot CEO’s. Ik hielp de jongens van de straat, mensen uit het Raad van Bestuur van grote organisaties en alles daartussen. Ik gebruik de vechtssport bij kinderen om in contact te komen. Zij denken vaak ‘rot op met je praten, ik wil wat doen’. Als je dan eenmaal bezig bent, kun je op een hele speelse manier vragen stellen en concrete problemen oplossen. Het einddoel waar ik naartoe werk is zelfsturend vermogen en autonomie in wat iemand wilt en doet.”

Sinds 2011 heeft Robin zijn eigen bedrijf ‘Back to Balance’, waarbij ook het helpen van mannen in pakken begon. “Ik had weinig ervaring met trainingen geven in het bedrijfsleven, maar iets wat ik snel doorhad, was dat kinderen heel veel voelen maar niet nadenken, en dat die managers heel veel nadenken, maar niks voelen. Kinderen stimuleer ik om na te denken terwijl ik volwassenen vraag hoe iets voelt. Het is eigenlijk hetzelfde, maar dan in spiegelbeeld. En toen ik mijn eigen bedrijf had, was ik toegewezen op klanten uit het bedrijfsleven. Ik ging op tactische punten staan met de vraag of ze, gratis, eens een training wilde proberen. Zo is dat eigenlijk ontstaan, al vond ik het doodeng om er mee te beginnen. Maar zoals een goede vriend van mij zegt “Angst is een goede raadgever, maar een slechte beslisser.”

En daarmee is een patroon te ontdekken in de keuzes van Robin. De verbinding met de vechtsport blijft hij toepassen, maar steeds op een geheel andere manier. Beginnend in de competitiewereld, het daaropvolgend gebruiken om kinderen te helpen om erna de zakenwereld mee in te duiken. Je wilt al ondernemend het hele spectrum bedekken. “Ja dat is ook wel zo. Dat heeft drie redenen: ik wil áltijd de beste zijn. Perfectie bestaat niet, maar het streven er naar toe is net zo belangrijk, want je bent nooit klaar. Ik probeer bij mensen die excentrieke motivatie te stimuleren. Ten tweede is de samenleving tegenwoordig zo snel, zo dynamisch dat er weinig externe ankers zijn waar je je aan vast kan houden. Dus je moet dat zelf kunnen en een soort intern kompas ontwikkelen; iets wat je helpt goede keuzes te maken. En als ik daaraan kan meehelpen, dan moet ik dat doen. Zoals je kunt horen ben ik daar heel idealistisch in. Ten derde; talent hebben is leuk, maar dat brengt ook een verantwoordelijkheid met zich mee. Mijn missie is het 100% gebruiken van mijn potentie. Je kan het voor jezelf gebruiken, maar als je het inzet voor de wereld dan maakt het een verschil met een positief effect. Als ik mezelf zo hoor praten, ben ik écht een idealist,” zegt Robin lachend.

Robin van Soolingen vertelt meer over zijn ervaringen als topsporter, hulpverlener, idealist, perfectionist en hoe hij nog altijd bezig is om zijn angsten te overwinnen, op TedxYouth@ Utrecht op zaterdag 28 januari 2017 in de Polarzaal (MediaPlaza)  in Jaarbeurs  in Utrecht.

 

– See more at: http://tedxyouthutrecht.nl/2016/12/21/gesprek-robin-soolingen-spreker-op-tedxyouthutrecht/#sthash.B6xygD4A.dpuf

1 Comment

  1. […] bijdrage aan TEDxYouth Utrecht en de promotie van het evenement in de Jaarbeurs in Utrecht rondom jonge denkers en […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.